Deze informatie is van kracht geworden in mei 2003.
Algemene reiniging voor niet-invasieve procedures
Deze algemene reinigingsinstructies zijn geïndiceerd voor transducers die bedoeld zijn voor niet-kritiek gebruik. Alle transducers die niet in contact komen met muceuze membranen, bloed of gecompromitteerde weefsels en die niet worden gebruikt in steriele velden, kunnen worden gereinigd volgens deze instructies. Het is van groot belang dat u de transducer en de kabel reinigt volgens de volgende procedures.
Transducers reinigen die worden gebruikt in niet-invasieve procedures
1. Veeg na ieder onderzoek bij een patiënt de ultrasoundgel van de transducer.
2. Veeg de transducer en de kabel af met een droge of bevochtigde zachte doek.
3. Veeg de transducer schoon met:
- Een desinfectiemiddel op basis van glutaaraldehyde
- Een oplossing van 10% bleekmiddel
- Isopropylalcohol (70%)
Let op: het gebruik van 70% isopropylalcohol (wrijfalcohol) bij transducers is beperkt. U kunt de distale tip van de transducer tot een afstand van 2,5 centimeter van de aansluiting tussen de knikbescherming en de kabelbehuizing schoonvegen met een oplossing van isopropylalcohol (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1: De distale tip reinigen
4. U kunt de kabel ook schoonvegen met een desinfectiemiddel op basis van glutaaraldehyde, T-sprayTM of een oplossing van 10% bleekmiddel. Gebruik geen isopropylalcohol op de kabel.
5. Verder kunt u de volgende transducers inclusief de kabels ook reinigen met een zwak ("low-level") desinfectiemiddel dat bedoeld is voor het reinigen van externe transducers. U kunt T-spray gebruiken voor de volgende transducers:
- Model 21311A (s3)
- Model 21315A (x4)
- Model 21330A (s4)
- Model 21350A (s8)
- Model 21356A (11-3L)
- Model 21380A (S12)
- Model 21422A (PA 4-2)
U kunt T-Spray IITM gebruiken voor de volgende transducers:
- Model 989803002241 (C8-4v)
- Model 989803002251 (L12-5 50)
6. Verwijder eventuele resten met een zachte doek die is bevochtigd met water. Let op dat er geen oplossing met schoonmaakmiddel of isopropylalcohol op de transducer opdroogt aan de lucht.
Terug naar boven
Endocavitaire procedures
Intensieve ("high-level") desinfectie is de geaccepteerde desinfectiemethode voor transducers die worden gebruikt in endocavitaire procedures. Het is ook aan te raden bij het onderzoek een beschermhoes te gebruiken. Gebruik deze desinfectiemethode voor de volgende transducers:
- Model 21336A (E6509)
- Model 21370A (E6514)
- Model 21371A (E7511)
- Model 989803002241 (C8-4v)
Wanneer u de nieuwe transducer ontvangt, moet u deze desinfecteren voordat u het eerste onderzoek uitvoert. Reinig en desinfecteer de transducer direct na ieder onderzoek om patiënten en personeel te beschermen tegen infectie. U moet een desinfectieprocedure vastleggen en bekendmaken die de volgende stappen omvat.
Reiniging en intensieve desinfectie van transducers die worden gebruikt in endocavitaire procedures
1. Ontkoppel de transducer van het systeem.
2. Was de transducerkop en de eerste 50 cm van de kabel met zeep en water om eiwitneerslag te verwijderen. Spoel de connector of het gedeelte van de kabel bij de connector echter niet af en dompel deze ook niet onder in water. Philips raadt aan gebruik te maken van een reinigingsmiddel met enzymen om eiwitneerslag te verwijderen. Dergelijke reinigingsmiddelen hebben meestal een pH van 6,0 tot 8,0 (bijvoorbeeld MetriZyme) en bevatten verdunde oppervlaktereinigingsmiddelen, alcoholen, zouten en zuren. Deze reinigingsmiddelen worden vóór het gebruik verdund.
Opmerking: houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant van het reinigingsmiddel.
3. Desinfecteer de transducer en de kabel met een desinfectiemiddel dat al dan niet is gebaseerd op glutaaraldehyde.
Let op:
Gebruik geen sterke oplosmiddelen zoals aceton, freon of andere industriële reinigingsmiddelen voor transducers.
Laat de sondes niet langer weken in de oplossing van het desinfectiemiddel dan de minimale tijd die wordt aanbevolen door de fabrikant van het middel.
Spoel de connector of het gedeelte van de kabel bij de connector niet af en dompel deze niet onder in vloeistof.
Opmerking: houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
4. Haal de transducer uit het desinfectiemiddel en spoel hem grondig af met water volgens de instructies van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
5. Controleer of er nog resten van organische materialen aanwezig zijn op de transducer. Als dat het geval is, moet u deze resten verwijderen en de transducer nogmaals desinfecteren.
Let op: steriliseer de transducer nooit door middel van een autoclaaf, ultraviolette straling, gammastraling, gas, stoom of hitte. De transducer zal daardoor worden beschadigd. Vermijdbare beschadiging van de transducer wordt niet gedekt door de garantie of het servicecontract.
Terug naar boven
TEE-transducers
Intensieve ("high-level") desinfectie is de geaccepteerde desinfectiemethode voor TEE-transducers. Het is ook aan te raden bij het onderzoek een beschermhoes te gebruiken. Gebruik deze desinfectiemethode voor de volgende transducers:
- Model 21364A (OmniPlane)
- Model 21366A (Pedi BiPlane)
- Model 21367A (OmniPlane II)
- Model 21369A (OmniPlane II)
- Model 21378A (OmniPlane III)
- Model 21381A (miniMultiplane)
Wanneer u de nieuwe transducer ontvangt, moet u deze desinfecteren voordat u het eerste onderzoek uitvoert. Reinig en desinfecteer de transducer direct na ieder onderzoek om patiënten en personeel te beschermen tegen infectie. U moet een desinfectieprocedure vastleggen en bekendmaken die de volgende stappen omvat.
Reinigen en intensief desinfecteren van een TEE-transducer
1. Ontkoppel de transducer van het systeem.
2. Gebruik de volgende procedure om alle organische materialen en andere resten te verwijderen:
- Week gaaskompressen in zacht zeepwater. Gebruik geen zeep op basis van jodium.
- Veeg de distale tip en de flexibele schacht tot het stuurmechanisme af met de gaaskompressen.
Let op: Philips raadt aan gebruik te maken van een reinigingsmiddel met enzymen om eiwitneerslag te verwijderen. Dergelijke reinigingsmiddelen hebben meestal een pH van 6,0 tot 8,0 (bijvoorbeeld MetriZyme) en bevatten verdunde oppervlaktereinigingsmiddelen, alcoholen, zouten en zuren. Deze reinigingsmiddelen worden vóór het gebruik verdund. Houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
3. Spoel de distale tip en de flexibele schacht grondig met water.
Let op: spoel de behuizing, de kabel en de connector niet af en dompel deze ook niet onder. Dompel Model 21381A (miniMultiplane) niet onder voorbij de 65 cm-markering.
4. Desinfecteer de distale tip en de flexibele schacht door deze in een van de al dan niet op glutaaraldehyde gebaseerde desinfectiemiddelen te plaatsen die worden aangegeven op de pagina met desinfectiemiddelen.
Let op:
- Buig de schacht niet in een cirkel met een diameter van minder dan 30 cm.
- Gebruik geen bleekmiddel voor TEE-transducers.
- Gebruik geen sterke oplosmiddelen zoals aceton, freon of andere industriële reinigingsmiddelen voor transducers.
- Laat de transducer niet gedurende langere tijd weken, bijvoorbeeld de hele nacht.
- Spoel de connector of het gedeelte van de kabel bij de connector niet af en dompel deze niet onder in vloeistof.
- Dompel het stuurmechanisme niet onder en spoel het niet af.
- Laat de sondes niet langer weken in de oplossing van het desinfectiemiddel dan de minimale tijd die wordt aanbevolen door de fabrikant van het middel.
Opmerking: houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
5. Haal de tip en de schacht uit het desinfectiemiddel en spoel ze grondig af met water volgens de instructies van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
6. Controleer of er nog resten van organische materialen aanwezig zijn op de transducer. Als dat het geval is, moet u deze resten verwijderen en de transducer nogmaals desinfecteren.
7. Droog de distale tip en de flexibele schacht af met een zachte doek of kompres.
8. Veeg de handgreep en het stuurmechanisme voorzichtig af met een kompres dat is bevochtigd met wrijfalcohol (70% isopropylalcohol).
9. Hang de transducer aan een rek aan de muur en laat hem drogen aan de lucht.
Let op:
- Het stuurmechanisme van de transducer is niet verzegeld. Als desinfectiemiddel of andere vloeistoffen in het stuurmechanisme binnendringen, zullen de tandwielen en de elektrische verbindingen gaan roesten. Vermijdbare beschadiging van de transducer wordt niet gedekt door de garantie of het servicecontract.
- Steriliseer de transducer nooit door middel van een autoclaaf, ultraviolette straling, gammastraling, gas, stoom of hitte. De transducer zal daardoor worden beschadigd. Vermijdbare beschadiging van de transducer wordt niet gedekt door de garantie of het servicecontract.
Terug naar boven
Biopsieprocedures
Intensieve ("high-level") desinfectie is de geaccepteerde desinfectiemethode voor deze essentiële apparaten. Het is ook aan te raden bij het onderzoek een beschermhoes te gebruiken. Gebruik deze desinfectiemethode voor de volgende transducers wanneer u deze gebruikt voor biopsieën:
Raadpleeg een van de volgende secties voor informatie over het reinigen van biopsietransducers wanneer deze worden gebruikt bij de volgende procedures:
Reiniging en intensieve desinfectie van transducers die worden gebruikt in biopsieprocedures
1. Ontkoppel de transducer van het systeem.
2. Was de transducerkop en de kabel met zeep en water om eiwitneerslag te verwijderen. Spoel de connector of het gedeelte van de kabel bij de connector echter niet af en dompel dit ook niet onder in vloeistoffen.
Let op: Philips raadt aan gebruik te maken van een reinigingsmiddel met enzymen om eiwitneerslag te verwijderen. Dergelijke reinigingsmiddelen hebben meestal een pH van 6,0 tot 8,0 (bijvoorbeeld MetriZyme) en bevatten verdunde oppervlaktereinigingsmiddelen, alcoholen, zouten en zuren. Deze reinigingsmiddelen worden vóór het gebruik verdund. houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
3. Desinfecteer de transducer en de kabel met een reinigingsmiddel dat is gebaseerd op glutaaraldehyde. Voor de Model 21336A (E6509)-transducer kunt u een op glutaaraldehyde gebaseerd desinfectiemiddel gebruiken; voor de E6509 (Model 21336A)-, de C8-4v (Model 989803002241)- en de 42-5 50 (Model 989803002251)-transducer gebruikt u een desinfectiemiddel dat is gebaseerd op Cidex OPA. Zie Niet op glutaaraldehyde gebaseerde desinfectiemiddelen voor meer informatie.
Let op:
Zorg dat de transducer niet in contact komt met sterke oplosmiddelen zoals aceton, freon en andere industriële reinigingsmiddelen.
Laat de sondes niet langer weken in de oplossing van het desinfectiemiddel dan de minimale tijd die wordt aanbevolen door de fabrikant van het middel.
Spoel de connector of het gedeelte van de kabel bij de connector niet af en dompel deze niet onder in vloeistof.
Opmerking: houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
4. Haal de transducer uit het desinfectiemiddel en spoel hem grondig af met water volgens de instructies van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
5. Controleer of er nog resten van organische materialen aanwezig zijn op de transducer. Als dat het geval is, moet u deze resten verwijderen en de transducer nogmaals desinfecteren.
Let op: steriliseer de transducer nooit door middel van een autoclaaf, ultraviolette straling, gammastraling, gas, stoom of hitte. De transducer zal daardoor worden beschadigd. Vermijdbare beschadiging van de transducer wordt niet gedekt door de garantie of het servicecontract.
Terug naar boven
Intraoperatieve procedures
Intensieve ("high-level") desinfectie is de geaccepteerde desinfectiemethode voor deze essentiële apparaten. Het is ook aan te raden bij het onderzoek een beschermhoes te gebruiken. Gebruik deze desinfectiemethode voor de volgende transducers:
- Model 21315A (x4)
- Model 21358B (L7540)
- Model 21380A (S12)
- Model 21390A (15-6L)
WAARSCHUWING
Intraoperatieve sondes die zijn gebruikt bij dieronderzoeken, mogen niet worden gebruikt bij mensen. Desinfectieprocedures voor kruisgebruik tussen mensen en dieren zijn niet gevalideerd. Wanneer een sonde is gebruikt voor dieronderzoek, moet aan deze sonde het label Alleen voor gebruik bij dieren worden bevestigd, zoals beschreven in Label Alleen voor gebruik bij dieren.
Meer informatie over het reinigen van intraoperatieve transducers die worden gebruikt in niet-invasieve procedures vindt u in Algemene reiniging.
Reiniging en intensieve desinfectie van intraoperatieve transducers
1. Ontkoppel de transducer van het systeem.
2. Was de transducerkop en de kabel met zeep en water om eiwitneerslag te verwijderen. Spoel de connector of het gedeelte van de kabel bij de connector echter niet af en dompel deze ook niet onder in water.
Let op: Philips raadt aan gebruik te maken van een reinigingsmiddel met enzymen om eiwitneerslag te verwijderen. Dergelijke reinigingsmiddelen hebben meestal een pH van 6,0 tot 8,0 (bijvoorbeeld MetriZyme) en bevatten verdunde oppervlaktereinigingsmiddelen, alcoholen, zouten en zuren. Deze reinigingsmiddelen worden vóór het gebruik verdund. houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
3. Desinfecteer de transducer en de kabel met een reinigingsmiddel dat is gebaseerd op glutaaraldehyde. Voor de Model 21390A (15-6L)-transducer kunt u een op glutaaraldehyde gebaseerd desinfectiemiddel gebruiken of een desinfectiemiddel dat is gebaseerd op Cidex OPA. Zie Niet op glutaaraldehyde gebaseerde desinfectiemiddelen voor meer informatie.
Let op:
Gebruik geen oplosmiddelen zoals aceton, freon of andere industriële reinigingsmiddelen voor transducers.
Laat de sondes niet langer weken in de oplossing van het desinfectiemiddel dan de minimale tijd die wordt aanbevolen door de fabrikant van het middel.
Spoel de connector of het gedeelte van de kabel bij de connector niet af en dompel deze niet onder in vloeistof.
Opmerking: houd u aan de aanbevelingen van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
4. Haal de transducer uit het desinfectiemiddel en spoel hem grondig af met water volgens de instructies van de fabrikant van het desinfectiemiddel.
5. Controleer of er nog resten van organische materialen aanwezig zijn op de transducer. Als dat het geval is, moet u deze resten verwijderen en de transducer nogmaals desinfecteren.
Let op: steriliseer de transducer nooit door middel van een autoclaaf, ultraviolette straling, gammastraling, gas, stoom of hitte. De transducer zal daardoor worden beschadigd. Vermijdbare beschadiging van de transducer wordt niet gedekt door de garantie of het servicecontract.
Terug naar boven
Label Alleen voor gebruik bij dieren
Als een intraoperatieve sonde bedoeld is voor gebruik bij dieren, bevestigt u het desbetreffende label dat bij de transducer wordt geleverd, aan de transducer.
Het label bevestigen
1. Veeg de zijkant van de connector tegenover het label met het serienummer schoon met een doek die is bevochtigd met isopropylalcohol en maak de zijkant daarna droog met een zachte doek.
2. Plaats het label op de behuizing van de connector in het uitgespaarde gebied (tegenover het label met het serienummer).
Terug naar boven